ELVIRA WILLEMS (58) IS TOLK EN VERTALER

‘Vooral de afwisseling en vrijheid als tolk-vertaler vind ik heel fijn’

Tekst & foto's: De Schrijffabriek

Elvira Willems (58) is tolk en vertaler en werkt onder meer voor Mondiaal FNV. Behalve het tolk- en vertaalwerk dat ze daarvoor doet, is ze sinds twee jaar verantwoordelijk voor de projecten van Mondiaal in Colombia. Elvira is net terug uit Colombia waar ze een bestuurder uit de Havens begeleidde.

WAT HOUDT DAT PROJECT IN?

‘Het was een FNV-project met het thema ‘Just Transition’. De energietransitie heeft ook consequenties voor werknemers en als die transitie plaatsvindt, dan moet dat op een eerlijke manier voor de betrokken werknemers gaan. In Colombia had een aantal vakbondspartners in de mijnbouw en de energiesector een grote bijeenkomst over dit thema. Zij hadden onder meer Cees Bos uitgenodigd, een bestuurder van FNV Havens, om iets te vertellen over het Kolenfonds in Nederland. Omdat ik die projecten onder mijn hoede heb én omdat ik tolk-vertaler ben, was ik mee.’

DOE JE DAARNAAST OOK NOG ANDERE DINGEN?

‘Ik heb naast m’n tolk- en vertaalwerk altijd organisatorische klussen gedaan. Als een delegatie naar Nederland komt, vraagt een organisatie me regelmatig om ook het programma inhoudelijk vorm te geven. Dat vind ik heel leuk, want ik wil graag iets naast het tolken en vertalen doen.’

HOE ZAG JOUW CARRIÈRE ERUIT?

‘Ik begon m’n loopbaan nadat ik in 1985 afstudeerde. Ik had staatsexamen Frans gedaan, studeerde Spaans en werkte een poosje in de horeca. Er was toen weinig werk. Sinds 1989 werk ik als tolk en vertaler. Eerst in loondienst, maar nu alweer bijna 21 jaar als zelfstandige. De organisatie waar ik in dienst was organiseerde vakbondsuitwisselingen. Vandaar dat ik toen al een connectie met de FNV had. Ik heb verder tien jaar als ondertitelaar gewerkt voor RTL Nieuws. Af en toe ondertitel ik nog steeds filmpjes of documentaires. Bij RTL kreeg ik vaak een minuut of twintig voor de uitzending beelden binnen en die moest ik heel snel ondertitelen en wegsturen.’

DOE JE ALLEEN SPAANS?

‘Af en toe vertaal ik nog wel wat Frans, maar op dit moment vertaal en tolk ik vooral van en naar het Spaans. Ik werk voornamelijk op het vlak van internationale samenwerking. Ik tolk vaak voor delegaties uit Latijns-Amerika die naar Nederland komen voor congressen, scholing en bezoeken aan partners hier. Ik maak ook schriftelijke vertalingen, bijvoorbeeld verslagen van bijeenkomsten, onderzoeksrapporten en websites. Daarnaast werk ik voor de politie, justitie en de IND. Als ik voor de Rechtbank vertaal, gaat het meestal om strafrechtelijke onderzoeken en dagvaardingen. Verder tolk ik in asielprocedures, strafzaken of voor de ggz, psychologische hulp dus.’

IS SPAANS MOEILIJK?

‘Ik vind van niet. Het is een Romaanse taal, net als Frans. Die taal heb ik van jongs af aan geleerd. Mijn vader was leraar Frans en we woonden in Maastricht bij de Belgische grens. Ik heb gemerkt dat het makkelijk is om talen bij te leren als je eenmaal een andere taal spreekt. Ook al is het soms juist verwarrend als de talen op elkaar lijken. En Spaanstaligen spreken vaak heel snel. Dat is een kwestie van wennen. Ik spreek ook Italiaans en Portugees. Als je eenmaal zo’n taal spreekt, dan vallen die andere talen wel mee.’

WAT VIND JE VAN DE TARIEVEN IN JULLIE SECTOR?

‘Ik vind dat wij als tolken en vertalers te lage tarieven hebben. Daar zie ik voorlopig weinig verandering in komen. Als we via intermediairs werken of voor de IND of de Rechtbank, dan kunnen we 45 euro per uur rekenen. Als je een hele dag kunt werken, is dat nog weinig, maar dan heb je in ieder geval acht uur gewerkt. Maar het is vaak een uurtje hier en een uurtje daar. Ik doe het omdat ik het belangrijk werk vind. Ik vind het fijn omdat ik mensen echt help, maar ben blij dat ik het kan aanvullen met inkomsten van directe klanten als ngo’s en bedrijven. Die laatste groep is goed voor zo’n driekwart van mijn inkomsten. Dat maakt dat ik m’n hoofd goed boven water kan houden.’

WAT ZIJN JE FAVORIETE ONDERWERPEN?

‘Het is belangrijk om een niche te hebben. Dat zeg ik ook altijd tegen collega’s die net beginnen. De onderwerpen vakbeweging, milieu en ontwikkelingssamenwerking zijn mijn specialiteit. Als mensen een tolk of vertaler op deze onderwerpen nodig hebben, komen ze vaak bij mij terecht. Ik beheers dat jargon en heb kennis over de sector. Dat is heel belangrijk. Want dat vind ik het vervelende van via intermediairs werken: je ligt op een heel grote berg en het maakt eigenlijk niet uit wie je bent. Je bent een van de vele tolken Spaans en ze kijken vooral naar afstand en tarief. Dat is niet prettig.’

Mondiaal FNV helpt werknemers en vakbonden, met name in ontwikkelingslanden, op te komen voor echte banen en betere arbeidsomstandigheden. Op dit moment richt Mondiaal zich vooral op verbetering van de sociale dialoog, en van de arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden in een aantal productieketens die links met Nederland hebben. In het geval van Colombia is dat palmolie. Veel van de palmolie die daar wordt geproduceerd, wordt naar Rotterdam verscheept. We ondersteunen ongeveer tien projecten met vakbondsorganisaties in verschillende sectoren.’

‘Ik spreek naast Spaans en Frans ook Italiaans en Portugees. Als je eenmaal zo’n taal spreekt, dan vallen die andere talen wel mee’

BEN JE AL LANG LID VAN DE FNV?

‘Voordat ik twintig jaar geleden lid van FNV Zelfstandigen werd, was ik altien jaar lid van de ‘grote’ FNV. Toen ik voor de vakbeweging ging vertalen, vond ik het logisch om lid te worden. Ik begon bij de Abvakabo en ging via de Vervoersbond naar Bondgenoten. Toen FNV Zelfstandigen van start ging in 2001 ben ik vrijwel meteen lid geworden. Ik heb ook een heel laag lidnummer: 286.’

WAAR KOMT JOUW VAKBONDSHART VANDAAN?

‘Ik heb altijd wel hart gehad voor gerechtigheid. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik tijdens de staatsgreep in Chili in 1973 -ik was toen 12- aan m’n vader vroeg wat er eigenlijk allemaal aan de hand was. Hij legde uit dat de democratisch gekozen regering met enorm veel geweld en met steun van grote Amerikaanse multinationals was verjaagd. Dat maakte grote indruk op mij. Ik ging al heel jong bij Amnesty aan de slag en heb allerlei ander vrijwilligerswerk gedaan, onder andere bij het Chili Comité. Dat was een solidariteitscomité dat samen met in Nederland wonende Chileense ballingen campagne voerde tegen de dictatuur in Chili.’

DENK JE DAT DE VAKBOND NOG WEL BESTAANSRECHT HEEFT?

‘Er zijn natuurlijk heel veel organisaties die zzp’ers en tolken en vertalers vertegenwoordigen. Ik vind het onderdeel uitmaken van een organisatie van een miljoen mensen het grote voordeel van FNV Zelfstandigen. Deel uitmaken van de FNV betekent meer kennis, expertise, juridische achtergrond en een grotere slagkracht.’

HOE ZIE JIJ DE TOEKOMST VAN DE FNV?

‘De vakbeweging moet veranderen. In onze generatie en die na ons zul je geen mensen meer tegenkomen die veertig jaar bij dezelfde werkgever werken. Ik vind het heel goed dat de FNV probeert ook zzp’ers, flexwerkers, jongeren, etc. te vertegenwoordigen. Het is belangrijk dat ze iedereen proberen mee te nemen.’

WAT VIND JIJ VAN DE AFSPRAKEN DIE IN HET REGEERAKKOORD VOOR ZZP'ERS GEMAAKT ZIJN?

‘Ik heb zelf al heel lang een AOV. Die heb ik afgesloten na de geboorte van mijn kinderen. Als er iets met mij zou gebeuren en ik geen inkomen meer zou hebben, dan zouden we het huis uit moeten. Ik heb er -gelukkig maar- nooit gebruik van hoeven maken. Het was duur, maar wel veilig. Ik denk dat veel mensen het niet met me eens zijn, maar volgens mij is het goed dat er een verplicht vangnet komt voor iedereen. Ik heb nog in de tijd van de WAZ gewerkt. Dat was ook duur, maar ik ken mensen die, dankzij die WAZ, nu nog steeds een inkomen hebben en anders niks meer zouden hebben.’

WAS JE 30 JAAR GELEDEN, MET DE KENNIS VAN NU, OPNIEUW TOLK-VERTALER GEWORDEN?

‘Ja, ik denk het wel. Ik wilde na mijn kandidaats sociale wetenschappen eigenlijk naar de School voor de Journalistiek, maar werd twee keer uitgeloot. In de tussentijd ben ik de opleiding tot tolk-vertaler gaan doen en op een bepaald moment kon ik kiezen: tolk-vertaler worden of toch de journalistiek in. Ik koos voor tolk-vertaler en uiteindelijk denk ik dat beide vakken heel veel raakvlakken hebben. Ik vind de afwisseling en de vrijheid die ik heb heel erg leuk. En in de journalistiek is het nog moeilijker om je brood te verdienen.’

HOE ZIE JE JE TOEKOMST?

‘Ik was eigenlijk van plan om rustig door te gaan met tolken en vertalen. Maar alles loopt altijd anders, en op dit moment heb ik een vol programma met alle andere dingen die erbij komen en die ik ook heel leuk vind. Ik heb heel lang niet voor Justitie willen werken vanwege de verhalen van de collega’s over de lage beloning. Tot ik dacht: het is toch wel verstandig om m’n eieren over meerdere mandjes te verdelen. En nu ik dit werk doe, merk ik: het is wel slecht betaald, maar zó interessant. We moeten ons natuurlijk wel blijven inzetten voor onze positie en beloning. Ik denk dat ik gewoon afwacht wat er op m’n weg komt. De ene keer ligt het zwaartepunt hier, en daarna weer ergens anders.’