HOVENIER JOOST HUT (53)

'Zonder mensen kan ik niks maken’

‘In de natuur en voor mensen’

Tekst & beeld: De Schrijffabriek

Joost is al twintig jaar lid van FNV Zelfstandigen: 'Ik heb me altijd thuisgevoeld binnen de vakbond'

Joost Hut (53) is 34 jaar hovenier, waarvan de laatste vijfentwintig jaar als zelfstandige. Hij weet niet beter of hij is lid van een vakbond. Toen de FNV een zelfstandigenvereniging oprichtte werd hij als een van de eersten lid.

Joost komt uit een vakbondsgezin en was van huis uit altijd lid van de CNV. ‘Ik ben in een arbeidersgezin groot geworden’, vertelt hij. ‘Mijn vader en opa waren al bestuurder in metaal en diensten, dus toen ik op m’n negentiende ging werken was het eerste dat ik deed me aanmelden bij de vakbond. Ik weet ook niet anders dan dat m’n hele familie lid was. Dat was net zo normaal als dat we PvdA en SP stemden. En ik heb me ook altijd thuisgevoeld binnen de vakbond.’

Waarom?

‘Van m’n ouders heb ik altijd meegekregen dat het zonder de vakbond er niet zo mooi uit zou zien als het nu is’, lacht Joost. ‘Dat realiseren zich vooral heel veel jongeren niet. Ik werk regelmatig met jongeren en die vragen me vaak waarom ik lid ben. Omdat zonder vakbond er nooit een tegengeluid tegen het grootkapitaal klinkt. De regering wil wel goed doen, maar heeft soms wat sturing en tegenwicht nodig om de balans te vinden. Dus ook toen ik voor mezelf ging werken vond ik het belangrijk om lid te blijven. Zeker toen ik hoorde dat de FNV ook een zelfstandigensector had.’

Heeft de FNV je weleens ergens mee geholpen?

‘Jazeker, naar tevredenheid. Ik heb eens juridisch advies ingewonnen en ik heb -vanwege ernstige fouten van m’n vorige boekhouder- juridische hulp gehad. Dat is goed opgelost. Ook heb ik m’n algemene voorwaarden en contract door jullie laten beoordelen.’

Dus je bent tevreden?

‘Ja! Ook met het feit dat ik via FNV Zelfstandigen verzekerd ben voor rechtsbijstand. Zelf heb ik voor aanvullend voor privézaken gekozen. Mijn verzekeringsagent bood me dat ook eens aan, voor een prijs die drie keer zo hoog lag. Simpel toch?! Maar gelukkig heb ik er niet veel gebruik van hoeven maken. En ik ben blij dat ik altijd kan bellen met een vraag, of wanneer ik ergens mee zit.’

Ben je altijd zelfstandige geweest?

‘Na m’n mavo ben ik na twee jaar commercieel onderwijs via een vriend het ‘groene’ hoveniersvak ingerold. Hij was hovenier en er was ruimte in dat bedrijf. Zo heb ik een jaar proefgedraaid. Het beviel me zo goed dat ik daarna via het leerlingstelsel -vier dagen werken, een dag leren -de vakopleiding tot hovenier heb gevolgd. Daarnaast heb ik nog heel veel bijgeleerd en doe dat nog steeds. Na m’n opleiding heb ik eerst zo’n tien jaar voor een baas gewerkt. Sinds vijfentwintig jaar werk ik voor mezelf, tot grote tevredenheid.’

'Ik verzorg tuinen en houd me daarin bezig in hoofdzaak met de bodemverbetering- nieuwe aanplant -en snoeiwerk en veel renovatiewerk. Dat vind ik ontzettend leuk. Daarnaast geef ik lezingen en workshops.'

'Overdracht van kennis vind ik heel belangrijk en leuk. Als je veel leert, vergaar je veel kennis. Het zou jammer zijn als die kennis vergaat, stopt. Dus ik geef m’n kennis graag door op tuinclubs, bij Groei & Bloei, tuinverenigingen et cetera. Ik vertel dan over bodemkunde, m’n specialiteit, snoeien en onderhoud van gereedschap.’

'Ik houd ontzettend van de natuur, maar doe het voor mensen. Dat is de mooiste combi: in de natuur, voor mensen.’

Gereedschapsonderhoud?

‘Ik heb heel vaak gehad dat ik met mensen praatte en dat ze dan zeiden: "Oh wacht even, dan pak ik m’n snoeischaar er even bij". Dan kwamen ze met een vastgeroeste botte schaar aan die een week buiten had gelegen en vuil was. Dat weten heel veel mensen niet, dus ik leg ze uit hoe ze zo’n schaar uit elkaar halen, schoon kunnen maken en in kunnen vetten. En ik slijp de messen. Dat vind ik ontzettend leuk om te doen. Maar behalve over gereedschap geef ik dus ook lezingen over bodemkunde.’

Bodemkunde?

‘Ja, da’s een van mijn drie specialiteiten. De bodem is het fundament van je tuin. Als de bodem niet goed is, groeit er niks. Als je de bodem overslaat, wreekt zich dat altijd. Als ik een budget krijg voor een tuin, is er veelal zo’n 30 procent voor de bodem alleen nodig . Da’s de basis. Naast bodemkunde zijn ook beplanting en snoeien m’n specialiteiten. Maar ik doe eigenlijk alles met groen. Van de beplanting van een graf, tot moestuin en een hectare bostuin en alles wat daartussen zit. Ik doe vooral onderhoud en renovatie van tuinen, niet zo heel veel nieuwe tuinen. Ik vind ook composities maken met beplanting ontzettend leuk. En ik snoei graag, en dan vooral in de vorm die de boom zelf al aangeeft. Dat mensen denken: "Er is wel wat uit, maar wát is eruit". Dat is de kunst van snoeien. Ik snoei niet in de vorm van een bolletje. Van nature groeit niks in een bolletje. Ik vind dat je een boom of struik de kans moet geven om zich in z’n natuurlijke vorm verder te ontwikkelen.’

Nooit aan personeel gedacht?

‘Ik schuif regelmatig opdrachten door als ze mij niet liggen, of wanneer ik geen tijd heb. Ik heb één jaar personeel gehad, maar dat past niet bij mij. Ik zie ook bij een bevriende collega dat hij heel veel ellende met personeel heeft. Ik huur liever mensen in, of werk samen aan een opdracht.’

Hoe vinden mensen jou? Hoe digitaal ben je?

‘Heel vaak via via, ik ben al een heel aantal jaren digitaal, heb m’n website zelf gemaakt. Ik kan ‘m inrichten zoals ik wil. Ik fotografeer zelf ook, dus ik vind het belangrijk om eigen foto’s erop te kunnen zetten. Ook de inrichting van de website heb ik zelf gedaan. Ik laat zien wat ik wil laten zien. Mensen zeggen wel eens dat ik te veel schrijf, maar ik vind het goed zo. Als mensen daardoor afhaken, zijn het m’n klanten niet. Ik vind het heel belangrijk om kennis te delen.’

Hoeveel klanten heb je gemiddeld?

‘Omdat ik alleen ben, kan ik absoluut geen twintig nieuwe klanten per jaar erbij hebben. Ik heb eigenlijk genoeg klanten. Mensen moeten wat langer wachten dan ze willen en ik heb een mooi gevulde week. En als er een of twee per jaar bij komen en er vallen er net zoveel af, vanwege verhuizing bijvoorbeeld. Dat vind ik prima. Er zijn mensen bij wie ik al 23 jaar kom en die over de negentig zijn. Er komt wat bij en er gaat wat af.’

En hoeveel uur werk je?

‘Vroeger vond ik het lastig om m’n grenzen aan te geven en daar heb ik best hinder van ondervonden. Ik heb twaalf jaar geleden een burn-out gehad en ben toen een jaar uit de running geweest. Als je je werk goed doet, ben je net een magneet. Dan moet je goed overwegen wat je wel en niet doet. Ik was toen begin veertig en dacht: "Ik kan alles, en kom erallemaal maar bij." Ik werk nu al heel lang niet meer ’s avonds en op zaterdag. Ik begin om 7 uur en om 17 uur is het echt klaar. Met administratie en regelwerk erbij maak ik uren zat.’

Ben je goed verzekerd?

‘Ik ben er een jaar uitgeweest vanwege die burn-out maar was gelukkig verzekerd met een AOV. Ik was net verzekerd, dus die verzekering vond dat niet leuk. Ik ben daarna nog een aantal fysieke hobbels gehad en de verzekering jaagde zó achter me aan… Ze waren niet sympathiek en toen bleek dat ze niet meer wilden uitkeren ben ik in 2014 gestopt. Ik ben toen lid geworden van een broodfonds in ons dorp. Daar ben ik heel blij mee, want daarmee ben ik de eerste twee jaar verzekerd.’

Wat vind je van de verplichte AOV?

‘Er zitten heel veel haken en ogen aan. Mijn vrouw zit in de WAO, dus ik heb échte arbeidsongeschiktheid van dichtbij meegemaakt. Leuk zo’n verplichte verzekering, maar het is heel erg afhankelijk van wie dat gaat uitvoeren en onder welke normen. We hebben natuurlijk vroeger tussen 1998 en 2004 de WAZ al eens gehad. Dat was niet de meest
gelukkige constructie. Dus ik volg de verplichte AOV met een zekere argwaan. Als je dat aan verzekeraars overlaat dan wordt het ‘m niet. Een goede vriend van me is afgekeurd zzp’er. Kan hij zich ook verzekeren? Zijn brandend huis? Dat is voor verzekeraars een no go, die staan niet te juichen. En het moet betaalbaar zijn. Ik denk dat de enige eerlijke manier is naar rato van je inkomen. Wie veel verdient betaalt een relatief hoog bedrag. Wie weinig verdient, betaalt minder. Op basis van je belastingaangifte.’

Is dat eerlijk?

‘Als je "maar" 1.200 euro per maand verdient, dan is -neem bijvoorbeeld 10 procent die j voor je AOV zou betalen- nog steeds een grote hap uit je inkomen. Dan kun je wel denken: "Je betaalt lekker weinig". Misschien moeten we wel naar een basisinkomen voor iedereen. Daar ging het in 1985, ook binnen de vakbond, al over. Ik ben daar erg voor. Dan kun je alles skippen en hoef je ook zo’n AOV niet meer te regelen. De proeven die er ooit zijn gedaan in Canada en Engeland pakken allemaal goed uit. Maar ja, er zit iets in ons hoofd dat zegt: "Gratis geld kan niet". Maar je moet het niet zien als gratis geld, maar als een beloning voor jouw talent. Zodat jij je talent, dat wat je graag doet, kunt optimaliseren. Want er zitten heel veel mensen werk te doen, dat eigenlijk helemaal niet hun talent is en wat ze al helemaal niet leuk vinden. Wanneer iedereen zijn of haar talent, met een basisloon, kan ontplooien, hoe mooi zou dat zijn? Dan ben je het WAO-verhaal kwijt, je kunt pensioenen schrappen enzovoort, alles. En je haalt bij een heleboel mensen de druk tot presteren eraf. Én je hoeft niet meer te controleren op fraude…’

Zou je zelf een grote tuin willen hebben?

‘Ik benijd mensen met een grote tuin niet. Het is best een opgave. Zo werk ik eens per drie weken bij klanten in de Achterhoek. Zij zijn van Amsterdam daarheen verhuisd en hebben een hectare grond en dat vind ik zo’n dapper besluit. Ik weet niet of ik dat na mijn pensioen zou doen. Het is prachtig, schitterend, maar wow, nee dankjewel. Als je zoveel grond hebt, moet je heel efficiënt werken. Elk uur dat je daar teveel doet is zonde van je tijd. Dat is nog wel een puzzeltje, want ik werk erg gestructureerd.’

Hoe ligt jouw eigen tuin erbij?

‘Zelf hebben we niet zo’n grote tuin. Die is in redelijke mate goed bij te houden, maar dan is het nog veel werk. In de achtertuin hebben we veel struiken en bloemen. De voortuin heb ik heel onderhoudsvrij ingericht. Bewust, want aan de voorkant kom je altijd mensen tegen: "Oh mag ik even wat vragen?". Dan word ik heel vaak van m’n werk gehouden doordat ik door iedereen aangesproken word.’

Wat zul je nooit vergeten in je hoveniersbestaan?

‘Dat je als hovenier mensen blij maakt. Als je iets goed snoeit, als je je werk goed doet. Daar worden mensen enthousiast van. Ik kan mensen ook goed enthousiasmeren. Ik vergeet ook nooit meer de klanten die me in m’n beginjaren een behoorlijk bedrag ter beschikking stelden voor ‘een tuin’. Waarop ik hen aan de keukentafel vroeg: ‘Wat willen jullie, waar houden jullie van?’ Toen bleef het heel erg stil. Ze hadden nog geen kinderen, wil je een vijver? Wil je een moestuin, houden jullie van bloemen? Houd je van zon of schaduw? Wil je er in zitten? ‘Doe maar iets,’ zeiden ze en hadden veel geld. ‘Maar als jullie dat allemaal niet weten, dan kan ik geen tuin maken,’ zei ik toen. Ik moet een kader hebben. ‘Het maakt niet uit, anders doe je het over twee jaar maar opnieuw,’ zeiden ze nog. Maar ik heb de opdracht teruggegeven. Ik sloeg daarvan toen letterlijk dicht, ik kon niks maken. Ik kon een hoop geld verdienen, maar daar gaat het mij niet om. Het gaat me er om dat ik naar de wens van mensen iets moois maak.’

Hoe zie jij je toekomst?

‘Zelf hebben we niet zo’n grote tuin. Die is in redelijke mate goed bij te houden, maar dan is het nog veel werk. In de achtertuin hebben we veel struiken en bloemen. De voortuin heb ik heel onderhoudsvrij ingericht. Bewust, want aan de voorkant kom je altijd mensen tegen: "Oh mag ik even wat vragen?". Dan word ik heel vaak van m’n werk gehouden doordat ik door iedereen aangesproken word.’

‘Ik mag nog ongeveer vijftien jaar werken. Daarmee maak ik precies vijftig jaar werken vol wat ik wel heel lang vind. Hovenier is een fysiek zwaar beroep en ik denk niet dat ik het zo als nu tot m’n 68ste kan blijven doen. Zo doe ik ook al geen boomwerk en -verzorging meer. Dat is heel leuk, maar superzwaar. Ik heb ook al het een en ander aan lichamelijk klachten gehad. Ik werk veel met een collega samen aan wie ik het zware werk kan uitbesteden. Hij werkt ook meer gemechaniseerd, dus groot werk laat ik aan hem over. Ik doe dan het ontwerp, beplantingsplannen, de beplanting, grondverbetering en het onderhoud. Zo denk ik dat ik de 68 wel kan halen, althans da’s wel de opzet. En ik heb altijd geïnvesteerd in kennis. Ik zie dat mensen die net van de opleiding tot hovenier komen niet hetzelfde niveau aan kennis hebben als ik heb. Jammer genoeg. Heel veel mensen hebben behoefte aan kennis, en die kan ik altijd overbrengen. Ik hoop nog heel lang advieswerk te kunnen doen en lezingen en cursussen te geven. Er blijft nog genoeg leuks over.’

'Ik geef m’n kennis graag door op tuinclubs, bij Groei & Bloei en tuinverenigingen'