COLUMN

PAULA SCHERPENISZE

Van de 95 euro miljoen extra voor de rechtspraak wordt slechts 2,4 miljoen besteed aan kwaliteitsinvesteringen en 10 miljoen aan het behandelen van zwaardere zaken. Het leeuwendeel van het extra budget gaat naar het wegwerken van financiële tekorten te weten 47,9 miljoen euro. Hoezo is dat extra budget dan vooral gericht op verbeteren van de kwaliteit van de rechtspraak en herstel van vertrouwen in de rechtsstaat?

MOLOK

Als je dit leest, is mijn column door de redactie heen gekomen. Nee, geen bijdrage van Johanna of Franciscus maar van zus Paula Scherpenisze.

Ik schrijf over de rechtsstaat en de rechtspraak. De afgelopen jaren klaagden rechters over hun budget, te hoge werkdruk, meer zwaardere zaken, het mislukte KEI-traject (digitalisering rechtspraak) en een hoog ziekteverzuim. Per 2020 komt er drie jaar lang 95 miljoen euro per jaar bij voor de rechtspraak. Geld gepresenteerd als oplossing, quod non.

De visitatiecommissie rechtspraak met onder meer voorzitter Halsema, die privé de rechtsstaat ook heeft ervaren, ziet meer problemen. Digitalisering en adequaat HR-beleid stagneren. Rechtszaken duren te lang. Kwaliteitsdoelen en -borging blijven steken. Verder is er achterstand in professionalisering in houding, vaardigheden, bedrijfsvoering en werkprocessen. Deskundigheid, klantgerichtheid en snelheid staan onder druk. Er is personele en financiële krapte. Zaken blijven op de plank liggen. De facto dus een faillissement.

Uit ander onderzoek blijkt dat sommige rechters nog steeds ongestraft de wettelijke plicht om hun nevenfuncties te melden niet nakomen. Zo valt niet te controleren of de rechter te zeer betrokken is bij een procespartij.

De rechtzoekende belastingbetaler ervaart de problemen. Het pleidooi op civiele zittingen is afgeschaft. De rechtzoekende moet op zitting maar afwachten welke vragen hij van de rechter mag beantwoorden. De rechter heeft het dossier gelezen vóór de zitting, althans daar gaan we vanuit. Intrinsiek heeft de rechter dus al een oordeel gevormd over de rechtsvragen in een zaak. Te vaak zijn de vragen van de rechter op zitting erop gericht om diens oordeel te bevestigen en dat raakt aan en schuurt langs de gewenste onpartijdigheid van de rechter.

Natuurlijk is er de wrakingsprocedure als je vindt dat de rechter vooringenomen is. Wie beoordeelt zo’n wrakingsverzoek? Drommels, de collega's van de gewraakte rechter van dezelfde rechtbank waar hij werkt. Is het dan vreemd dat wrakingsverzoeken nauwelijks worden toegewezen en dat weinig burgers daarom een wrakingsverzoek indienen. Bij afwijzing van de wraking zit je immers met de gebakken peren: de rechter die je gewraakt had, blijft op jouw zaak zitten.

Er is meer budget voor de al goed verdienende rechter. Dat budget kunnen we ook gebruiken om, als we een rechter vooringenomen vinden, vaker tot een evenwichtige behandeling van een wrakingsverzoek te komen. Die wrakingskamers kunnen die 95 euro miljoen goed gebruiken en daarmee kwaliteitsdoelen bij de rechtspraak in het algemeen en de wrakingskamers in het bijzonder realiseren. Alleen dan kan de burger waarachtig vertrouwen in de rechtsstaat krijgen.