COLUMN

DE PRIJS VAN DE WINST

Op 1 november deed de kantonrechter in Amsterdam uitspraak over een zaak die ik (Britt van Uem, freelance journalist) had aangespannen tegen De Persgroep, uitgever van onder andere de Tubantia, de krant waarvoor ik maandelijks ongeveer twintig artikelen schreef.

Tekst: Britt van Uem | Foto: Eric Brinkhorst

Dat deed ik, tot ik in februari 2018 in het BNNVARA-programma Wat verdien je? onthulde dat ik voor een artikel, waaraan ik meer dan vier uur had gewerkt, 57 euro kreeg. Dat vond iedereen schandalig weinig, behalve de hoofdredacteur van de krant, die mijn artikelen niet “dragend” vond en dus niet meer waard dan dertien cent per woord.


Ik vertrok, vrijwillig. Niet alleen uit teleurstelling over de hoofdredacteur, maar ook over het gebrek aan solidariteit van mijn collega’s in vaste dienst bij de krant.

Als zelfstandige was ik niet volledig afhankelijk van mijn inkomsten van Tubantia, maar ik ben wel bijna 25 jaar met hart en ziel (regio)journalist geweest en dat bestaan werd mij door het monopolie van De Persgroep onmogelijk gemaakt.

Ondersteund door mijn vakbond, de NVJ, vroeg ik de rechter te beoordelen of mijn vergoeding billijk was, vooral vergeleken met collega’s in vaste dienst bij de krant en in aanmerking nemende dat ik van De Persgroep geen ruimte kreeg om over die dertien cent te onderhandelen.

Na bijna een jaar voorbereiding en een half jaar wachten op het vonnis, oordeelde de kantonrechter dat ik voor mijn artikelen geen 13,4 cent maar 21 cent per woord had moeten krijgen. Een afgetekende overwinning, ik mag maar liefst 50 procent meer vragen.


Wat schiet ik daarmee op en wat schieten zelfstandigen in het algemeen op met mijn “winst”?

Ik stak niet alleen mijn nek uit voor mezelf, maar ook voor mijn beroepsgroep, de bedreigde (regio)journalisten.

In de twee jaar dat ik mijn vak niet heb kunnen uitoefenen, derfde ik – als ik de uitspraak van de rechter meeneem – meer dan 44.000 euro aan inkomsten, die ik maar voor een klein gedeelte heb kunnen compenseren. Ik ben inmiddels verhuisd (omdat ik mijn ex-collega’s niet voortdurend wil tegenkomen) en op zoek naar ander werk in de communicatiesector. Maar het feit dat ik overal te vinden ben als klokkenluider op het internet en dus als notoire querulant, helpt niet echt. Dat kan ik niet bewijzen, maar afgezien van klussen voor “bevriende” klanten, heb ik nog geen nieuwe opdrachtgevers kunnen vinden.


Wil je als zelfstandige voor je principes blijven strijden dan heb je, behalve steun van je vakbond, niet alleen een hele dikke huid nodig (je wordt tijdens een rechtszaak volledig uitgekleed door de tegenstander en daarna in de modder gegooid) maar ook een spaarvarken of een rijke partner. En de bereidheid om je te willen omscholen tot zorgverlener of onderwijzer. Ik ben door iedereen dapper, moedig en stoer genoemd, maar ik heb me vaak eenzaam en in de steek gelaten gevoeld. Maar ik laat mijn kop niet hangen en ik ben trots op mijn rug die ik, als zelfstandige, recht heb gehouden.


Britt van Uem