COLUMN

COLLEGE VAN BEROEP VOOR DE MINISTER VAN EZK

In een eerdere column heb ik al laten zien dat het bestuursrecht in Nederland failliet is. Ik wees op de kinderopvangtoeslagaffaire en hoe de politiek én de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze ellende te lang hebben laten duren. Dat die affaire nog steeds niet is opgelost, zegt genoeg. Een curator om een doorstart te realiseren is nog niet benoemd als die al te vinden is.

In die column heb ik ook laten zien dat de Centrale Raad van Beroep hardheidsclausules in de sociale zekerheid in de diepvrieskist heeft weggestopt en vrijwel nooit toepast. We hebben nog zo'n 'hoogste' bestuursrechter, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, en die vond dat het, ondanks de ietwat veranderde tijdsgeest met betrekking tot de vereiste rol van de overheid, niet achter kon blijven om de burger/ondernemer in de steek te laten.

TOGS

Vanwege de maatregelen van de overheid in verband met de pandemie zijn delen van het bedrijfsleven belemmerd in hun functioneren of gesloten. Om ondernemers die daardoor getroffen zijn te ondersteunen is er een Beleidsregel bedacht door de overheid: de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). De TOGS liep van 15 maart tot en met 15 juni 2020. Daarna kwam de TVL.

Op grond van de TOGS kon een getroffen ondernemer een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 netto krijgen voor zijn/haar vaste lasten die uiteraard gewoon doorliepen tijdens de lockdown. Bedrijven kwamen in aanmerking als ze aan de voorwaarden voldeden én als de hoofd- of nevenactiviteit van de onderneming overeenkwam met één van de in de regeling benoemde SBI-codes.

De term SBI staat voor Standaard BedrijfsIndeling en de lijst SBI-codes is opgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ieder bedrijf dat zich inschrijft in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel krijgt één of meer SBI-codes van de Kamer van Koophandel. Deze code bestaat uit 4 of 5 cijfers en geeft aan wat de activiteit van een bedrijf is. De Kamer van Koophandel stelt de code vast, het is niet de ondernemer die de code vaststelt. Hooguit kan de ondernemer om een wijziging vragen.

SBI-CODE

Voor de uitvoerbaarheid van TOGS heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) ervoor gekozen dat het moet gaan om een onderneming die op de peildatum 15 maart 2020 ingeschreven was in het Handelsregister onder één van de in Bijlage 1 van de TOGS opgenomen SBI-codes. En daar gaat het mis want een ondernemer die zich inschrijft, krijgt van de Kamer van Koophandel één of meer SBI-codes en de KvK wijzigt die niet uit eigener beweging. Werkendeweg kan een onderneming zijn werkzaamheden wijzigen of aanvullen en dan kan in de praktijk de oorspronkelijk toegewezen SBI-code bij inschrijving in het Handelsregister strikt genomen niet meer aansluiten bij de feitelijke gang van zaken van een bedrijf. De Kamer van Koophandel zegt regelmatig te controleren of er een mismatch is ontstaan maar het is gebleken dat dat veel te weinig gebeurt. Daar worden ondernemers, en dus niet de Kamer van Koophandel, op afgerekend en daarmee zijn hun door de coronamaatregelen van de overheid veroorzaakte problemen door de overheid vergroot en dus niet opgelost. Dat terwijl in artikel 40 van de Handelsregisterwet geregeld staat dat de Kamer van Koophandel en dus niet de ondernemer maatregelen moet treffen om te waarborgen dat het handelsregister juist, actueel en volledig is. In de eerste periode van de TVL geldt hetzelfde, de ondernemer moet een van toepassing zijnde SBI-code hebben en zo niet dan wordt ook de TVL niet toegekend.

MOTIE MOORLAG

In de Tweede Kamer is met een ruime meerderheid de motie Moorlag aangenomen. Die bepaalt een hardheidsclausule in de TOGS op te nemen op basis waarvan aanvragers die niet onder de formele werkingssfeer vallen, maar toch in identieke of vergelijkbare omstandigheden verkeren, (alsnog) aanspraak kunnen maken op de voorzieningen van de TOGS. Op basis daarvan is door de Minister een maatwerkprocedure bedacht op grond waarvan zo'n 5.000 ondernemers zijn geholpen maar op basis waarvan is volstrekt onduidelijk. Het ergste is nog dat de Minister vindt dat 5.000 ondernemers helpen wel genoeg is terwijl in de motie Moorlag geen maximum aantal is genoemd. Waarom die 5.000 mensen zijn geholpen en anderen niet, is niet duidelijk zodat sprake is van willekeur en dat laat het College in de gepubliceerde uitspraken in stand. Verder wordt daarmee een ruime meerderheid van de Tweede Kamer geschoffeerd door de motie Moorlag slechts beperkt uit te voeren. Het College weigert daar iets mee te doen en laat dat gewoon gebeuren, de ivoren toren ten voeten uit.

COLLEGE WIL GEEN ZITTING

Wat daar nog bij komt, is dat het College bij lopende TOGS-zaken nu aan ondernemers veelvuldig aangeeft dat het vindt dat hun zaak lijkt op de zaken waarbij het beroep tegen de afwijzing van TOGS-uitkering eerder al ongegrond is verklaard en dat het College de zaak daarom zonder zitting wil afdoen. Kortom, de boodschap is, u hoeft niet te komen, uw beroep wordt sowieso ongegrond verklaard. Het College weigert ook digitale zittingen te regelen zodat de ondernemer die een zitting wil er niet aan kan ontkomen om reiskosten te maken om naar Den Haag te gaan. Saillant detail is dat Theo Simons, voorzitter van het College, in 2019 nog zei het doodzonde te vinden dat de digitalisering binnen de Rechtspraak is misgelopen. Waarom het College digitale zittingen dan categorisch afwijst, terwijl het technisch simpel is te regelen, is niet uitlegbaar.

PRAKTIJK

Het komt het op neer, gelet op de vele uitspraken die er inmiddels zijn gedaan, dat, als er al een zitting komt het College de ondernemers aanhoort maar het beroep ongegrond verklaart met een standaardtekst. En als de ondernemer afziet van zitting, wordt het beroep simpel ongegrond verklaard met eenzelfde standaardtekst. Is er dan sprake van vooringenomenheid, hoor ik je vragen. Het antwoord is ja. De rechter wraken heeft in dit geval geen zin aangezien de wrakingskamer bestaat uit rechters van hetzelfde College dat al een oordeel heeft over de zaak. En, on top of the bill is hoger beroep niet mogelijk. Ook hier is - net als bij de kinderopvangtoeslagaffaire - het bestuursrecht in zwaar weer en de geschikte curator moet nog geboren worden. Te veel ondernemers zijn in de kou blijven staan en dat is net zoiets als niet toegelaten worden op de IC omdat die vol is #codezwart. De enquêtecommissie Coronavirus kan zich op dit onderwerp richten te zijner tijd maar een eerdere actie door de Tweede Kamer is vereist, zeker waar de ombudsman, die voorheen nota bene voorzitter was van het College, pleit voor maatwerk in TOGS- en TVL-zaken.

Tom van Laar

Deel deze pagina