INTERVIEW

Nationale ombudsman Reinier van Zutphen

‘IK BLIJF GRAAG AAN DE POORT RAMMELEN’

Tekst Peter Beekman Beeld Milan Vermeulen

‘DE BURGER VOELT DAT DE OVERHEID HEM WANTROUWT’

Als je een klacht hebt over de overheid, kun je je wenden tot de Nationale Ombudsman. Sinds vijf jaar is dat Reinier van Zutphen. ‘De overheid moet zich dienstbaar opstellen.’

De Nederlandse overheid is de grootste schuldeiser. Hoe gedraagt zij zich in die rol?

‘De manier waarop de overheid haar schulden bij de burgers int, laat zo nu en dan ernstig te wensen over. Dat hoort ze op een nette manier te doen, maar ze toont onvoldoende inzicht in de problematiek van de individuele burger.’

Komt dat niet omdat de administratie geautomatiseerd, gedigitaliseerd is?

‘Dat speelt zeker mee, maar achter de digitalisering komt er op een zeker moment een mens vandaan die een besluit neemt. En die houdt niet voldoende rekening met de omstandigheden van de burger met schulden. Want schulden komen nooit alleen. Ze hebben altijd te maken met een complex van factoren zoals ontslag, ziekte, echtscheiding, problemen in het gezin. Het moment dat de overheid zich realiseert dat het om een mens gaat, komt nu vaak op een te laat moment. Overigens: we kunnen niet spreken van dé overheid. Het gaat ook om lokale overheden en tal van instanties, om rioolbelasting, openstaande boetes en zo meer. De overheid is gefragmenteerd. En dan zijn er vaak ook nog schulden aan bijvoorbeeld een postorderbedrijf of de bank. Dat maakt het heel ingewikkeld. Het overzicht raken ze volledig kwijt. En vergeet niet, het gaat om heel veel mensen: zo’n 700.000 huishoudens, vaak met kinderen. Een goede overheid zorgt dat als mensen in problemen komen het goed verloopt, dat ze haar burgers bijstaat.’

Is kwijtschelding van schulden in bepaalde gevallen een goed idee?

‘Ja, want te veel mensen komen niet zonder hulp uit de schulden. Met een schone lei beginnen zou hen zeer helpen. En per saldo is de samenleving als geheel ermee gebaat.’

Fijn schulden maken en dan niet hoeven te betalen. Mooie boel.

‘Ik ken niemand die bewust in de schulden zit om er profijt van te hebben. En vergeet niet dat het leeuwendeel van de schulden bestaat uit verhogingen en boetes. Ja, natuurlijk zijn mensen verantwoordelijk voor hun eigen leven. Maar we hebben allemaal wel eens hulp nodig. De samenleving zou wel erg onbarmhartig zijn als ze zegt: “Los het zelf maar op”.’

Terug naar uw core business: de houding van de overheid jegens haar burgers. Hoe zou u die kenschetsen?

‘Ik vind dat de overheid er onvoldoende voor zorgt dat iedereen mee kan doen. En dat er te veel wantrouwen is.’

Komt dat door de ingewikkelde regelgeving?

‘De regels zijn inderdaad vaak ingewikkeld, maar dat ontslaat de overheid niet van de plicht om zich fatsoenlijk te gedragen. Het zit ‘m voornamelijk in de houding die wantrouwen uitstraalt.’

Hoe is dat wantrouwen te verklaren?

‘Zo’n tien jaar geleden sloeg de houding om: de burger is in principe een fraudeur of zou dat kunnen worden. Het idee is dat de burger erop uit is misbruik te maken van de voorzieningen die wij hebben. En de burger voelt dat de overheid hem wantrouwt, hem of haar als een potentiële fraudeur beschouwt. Als je een vergissing maakt bij bijvoorbeeld het invullen van een formulier is dat geen vergissing, maar meteen fraude. In dit verband vind ik de uitspraak van de rechter over het fraude-opsporingssysteem SyRI belangrijk. Daar heeft de rechter een streep door gezet. Fraude moet natuurlijk worden opgespoord, maar het gaat om de manier waarop. Er moet een aanleiding zijn en het moet een doel dienen. Bij SyRi werden bestanden aan elkaar gekoppeld, zonder dat er een aanleiding was. Het kan niet zo zijn dat je van je bed wordt gelicht vanwege de straatnaam. Dus het is goed dat SyRi van tafel is.’

Hoe zou de overheid zich moeten opstellen?

‘Die moet een actievere rol op zich nemen. Dienstbaar zijn aan de samenleving. Ervoor zorgen dat iedereen mee kan blijven doen. Je moet niet wachten tot mensen vastlopen, maar er eerder bij zijn. Kijk, die digitalisering is op zich niet verkeerd voor de reguliere zaken, maar de overheid zou altijd de mogelijkheid moeten bieden tot persoonlijk contact als het misloopt: het meest natuurlijk is een loket bij de gemeente waar je snel en gemakkelijk terechtkunt als je vragen hebt. Dat vinden ook de 1500 mensen onder wie we een enquête hebben gehouden over hun verwachtingen van de overheid. Dat loket zou een oplossing zijn voor de velen die moeite hebben met lezen en schrijven of die een beperking hebben. Want die raken nu hopeloos in de knel. Mensen moeten meedoen, maar de overheid moet er ook voor zorgen dat ze mee kúnnen doen. En dat is nu niet het geval: grote groepen mensen kunnen dat niet.’

Mensen komen ook vaak in de knel door het stelsel van toeslagen. Moet dat niet op de helling?

‘De toeslagen zoals voor zorg en huur zijn bedoeld om mensen te helpen, maar in de praktijk helpen ze dikwijls mensen nog dieper in de schulden. Als je in een uitkering zit, heb je recht op toeslagen, maar die kun je kwijtraken zodra je een baan hebt. Dan moet je ze terugbetalen. En als je die baan weer verliest word je geconfronteerd met een schuld. Ook komt het voor dat iemand wel zeventien verschillende inkomstenbronnen heeft. Dat vraagt veel te veel van mensen, die raken het overzicht kwijt. Ja, van het toeslagenstel zoals het nu is, moeten we af: dat werkt dikwijls contraproductief. En dat is ook de heersende opvatting. Maar dat is nog niet zo makkelijk, want die toeslagen zijn een instrument van inkomenspolitiek geworden.’

Verhoging van het loon, zodat je de basisbehoeften als zorg en onderdak kunt betalen en toeslagen overbodig worden. Is dat een idee?

‘Loon omhoog, een basisinkomen, of gratis kinderopvang. Dat zijn mogelijkheden waar men het over heeft.’

Maar ik wil graag weten wat u vindt.

‘Dat zijn politieke keuzes. (Korte stilte) Ik vind wel dat er gelijke kansen moeten zijn voor iedereen. Ik las dat er in bepaalde gemeenten helemaal geen bibliotheken meer zijn! Wegbezuinigd! Hoe kan dat nou toch? Wat brengt de overheid de burgers?’

De overheid is dienstbaar aan de samenleving?

‘Zo is het. Zo zou het moeten zijn. Maar de decentralisatie van taken van de centrale overheid naar de gemeenten helpt daarbij niet, die heeft niet altijd goed uitgepakt. De gemeenten hebben nu de verantwoordelijkheid voor de Wmo, de Participatiewet, schuldhulpverlening en straks ook nog de Omgevingswet. Dat is nogal wat. En gemeenten zoeken dan een oplossing in vormen van samenwerking, vaak publiek-privaat uitgevoerd. Het is uitbesteed, op afstand gezet. Zo zijn er nv’s waar beschut werk is ondergebracht of waar schuldhulpverlening is ondergebracht. Zo is niemand meer verantwoordelijk. Door die nieuwe constructies is de overheid wel heel ver weg. En dat was nou net niet de bedoeling van de decentralisatie.’

Wat ziet u in essentie als uw taak?

‘Dat het burgerperspectief centraal komt te staan in alles wat de overheid doet. En dat de overheid leert van de klachten die bij mij binnenkomen. De overheid moet meer doen aan zelfonderzoek: kijk eens wat vaker in de spiegel. En ondertussen blijf ik graag aan de poort rammelen.’

Idealiter zou de Nationale Ombudsman overbodig moeten zijn.

‘Ja! Daar ben ik het mee eens, maar met de wetenschap dat dat nooit zal gebeuren.’

‘ZORGEN DAT MENSEN MEE KÚNNEN DOEN’

REINIER VAN ZUTPHEN (WAGENINGEN, 1960)

Reinier van Zutphen studeerde Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Sinds 2015 is hij de Nationale Ombudsman. Van Zutphen was onder meer van 2007 tot 2013 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Van 2013 tot 2015 was hij voorzitter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

www.nationaleombudsman.nl

Deel deze pagina